Die winter toch

Ik ben eigenlijk niet zo heel goed in de winter. Begrijp me niet verkeerd, de sneeuw is prachtig, en ik ben gek op de wisseling van de seizoenen – kan dus ook heel content zijn als het kouder wordt en alles extra knus, we ons weer in dekentjes wikkelen en het warme kopje thee nóg lekkerder smaakt – maar iets in mij kan niet zo goed overweg met de combinatie van donker en koud. Ik word daar een beetje somber van, er komt een gewicht aan mijn middel te hangen dat ik niet weet af te schudden en dat, ondanks dat ik het toch heel duidelijk elke keer weer opnieuw vertel dat het niet welkom is, toch ieder jaar weer opduikt, om zich met een triomfantelijk ‘tadaa’, weer in alle onbuigzaamheid aan me vast te ketenen.

Ik dacht nog even dat misschien, door de extra dosis zonneschijn en fijn in Oman, het dit jaar achterwege zou blijven, maar ergens halverwege januari merkte ik ineens hoe ontzettend ik niet wilde opstaan, eigenlijk liefst de hele dag onder de dekens zou blijven, in winterslaap tot de lente weer kwam. Wat natuurlijk niet werkt, met een sliert kinderen hier in huis, maar het zou soms wel heel lekker zijn.

Dus voor mij mag die lente wel komen. En in de tussentijd is het de kunst om toch de lichtpuntjes te vinden. Zoals de langzaam opkomende hyacinth op tafel, de wortels innig verstrengeld in de glazen pot. En hoe mooi valt het licht in de ochtend, als de zon, heel laag achter de gebouwen in de verte, een roze gloed laat vallen over het mistige weilandje van de boer om de hoek, waar in de zomer de lease koeien grazen, maar nu slechts een speeltuin is voor de katten uit de straat.

Ik doe net alsof het al mei is door overal op tafels tulpen te zetten, en maak wandelingetjes in het dorp, over de ronde keitjes en langs warm verlichte ramen, waarachter ook overdag een olijk haardvuurtje brandt. En als dan de zon ineens doorkomt, verandert alles van kleur, lijken de daken extra uitdagend rood, en hef ik mijn gezicht op om elk laatste straaltje te vangen.

Weer thuis maak ik een foto terwijl zij ernstig geconcentreerd met haar huiswerk bezig is, het licht van haar scherm er een klein schilderijtje maakt – “het meisje op een winterse dag” -, tegen de al donker wordende omgeving

En we spelen spelletjes, waarbij hij niet op de foto wil, alleen de details mag ik vastleggen, zoals de achterkant van zijn hoofd als hij leest, of zijn vinger, die een triominos steentje op haar plek schuift. Waarbij ik bedenk dat het uiteindelijk ook juist die details zijn, die haartjes in zijn nek, de kromming van zijn schouders als hij geconcentreerd bezig is, en dat warme, liefdevolle handje, dat zo fijn afwezig mijn wang strelen kan, die het meest zeggen, en waar het toch, uiteindelijk, om gaat.

Geef een reactie