Veertien

“Sssst” Onze jongste kijkt me streng aan als ik net te hard wat bordjes opstapel. “Sorry”, mompel ik, en doe extra mijn best om zachtjes te doen. We zetten vast kopjes thee en dekken de tafel. Er is even stevig overleg nodig over wie waar gaat zitten (en dan vooral over wie naast de jarige job, en wie naast mama mag. We hebben nooit een vaste tafelschikking afgesproken, maar soms bedenk ik me dat dat helemaal zo gek niet zou zijn), maar dan zijn we er toch echt klaar voor.

Cadeautjes in de hand, sluipend naar boven. “Wacht, doen we happy birthday, of lang-zal-die-leven?”. Het wordt de Nederlandse versie – want we wonen in Nederland, duh – en dan knallen we los, al zingend in optocht de slaapkamer in, waar hij, al dan niet gespeeld, verrast nog net kan knipperen en gapen voor hij bedolven wordt onder knuffels.

“Maar wat als het dan allemaal over me heen druipt?”

Het is even later, het ontbijt en het uitpakken van de cadeautjes is achter de rug, en we staan in de keuken, waar hij me wantrouwend aankijkt. “Tja”, ik schokschouder, “dan heb je het dus niet goed stijfgeklopt. Dus als jij zegt dat het écht goed is zo, moet je het ook boven je hoofd op de kop durven houden.”

Ik grinnik even als ik het interne gevecht op zijn gezicht weerspiegeld zie. Maar dan trekt hij toch de stoute schoenen aan en kiept, heel voorzichtig, de kom om boven zijn hoofd. “Wow, het blijft zitten. Kom eens kijken!”, hij roept zijn zusje erbij om het te laten zien, draait daarna echter gauw de kom weer recht, want – je ziet het hem denken – je moet het lot ook weer niet te veel willen tarten.

Het is weer eens zo ver: voor zijn Duitse lessen moet hij de keuken in, om dit keer, na de lebkuchen en de andere koekjes (geen idee meer hoe die heetten) van vorig jaar, een Oostenrijkse sachertorte te bakken, waar hij goedmoedig wat over moppert, want ja, hij – in zoveel aspecten zo heel erg een kind van mij, maar hierin dus totáál anders – lust geen chocolade. Maar dat mocht de pret niet drukken, want er komen deze dag allemaal opa’s en oma’s en andere familieleden op bezoek, aan wie hij de taart vast wel slijten kan. En anders heeft hij altijd zijn moeder nog. Daar ben je voor, als moeder, niet?

Hij slaat zich er manmoedig doorheen. Hakt en roert en prikt en smelt (met nu en dan wat hulp van zijn zusje, die overigens wel gewoon houdt van chocolade, kijk, dat snapt mijn hoofd tenminste) en voila: vlak voordat al het bezoek binnenkomt staat er een prachtige chocoladetaart te stralen in de keuken. Met een al net zo stralende jongeman ernaast. Niet alleen om die taart, hoor, maar vooral omdat het natuurlijk helemaal zijn dag is vandaag.

Want hij is 14 geworden!

14. Ik moet het, geloof ik, nog even een paar keer zeggen, om er aan te wennen. Jeetje. Mijn oudste, de kalme, nadenkende, voorzichtige, gezellige, liefdevolle, zorgzame, verstrooide, grappige grote broer van zijn zusje en broertje. Die jongen, die soms zo heel plots en uitbundig schaterlachen kan, dat je wel móet mee lachen, en die gelukkig nog steeds zo heel fijn met ons allemaal knuffelen wil, die is gewoon 14, en bezig met zijn profielkeuze, aan het nadenken – nu al- over zijn vervolgstudie, voorzichtig aan het kijken naar stages, regelmatig volledig doof omdat hij zo in zijn boek zit, of ja, in zijn spelletje, en hij groeit al bijna boven me uit. Bijna.

Zoals ik al zei. Jeetje. 14. Hij is nu écht een van die grote, slungelige, zwaarstemmige puberjongens.

Maar dan wel de liefste van allemaal.

Geef een reactie